Ronald Meeus presenteert

Reisverhaal: op oesterjacht in Frankrijk

Achthonderd kilometer ver reizen de oesters van huîtrier David Hervé, in de Golf van Biskaje, voordat ze kunnen worden weggeslurpt bij Belgische restaurants. We legden een jaar geleden dezelfde weg af.

“Natuurlijk moesten er hier oesters op het menu”, zegt Joachim Boudens. “Niet alleen omdat deze zaak rond seafooddraait, wat het meteen al een beetje vanzelfsprekend maakt, maar ook omwille van de hele show die rond oesters hangt. Oesters hebben iets feestelijks, iets romantisch. Ze doen je meteen denken aan Parijse brasserieën, aan ploppende champagnekurken. Dat draagt meteen goed af op de sfeer in je zaak.”

Boudens praat met ons aan een tafel in de lege zaal – het is maandag, wekelijkse sluitingsdag – van Bar Bulot, het zomerse pop-uprestaurant rond zeevruchten dat hij samen met zijn compagnon Gert De Mangeleer opende in juni 2019. Vandaag is het een permanente brasserie geworden, maar in de zomer van 2019 was het een pop-up-operatie, met vooral seafood op het menu: onder meer wulken, kreukels, Noordzee- en Koningsgarnalen, garnaalkroketten, kokkels, palourdes, maatjesharing. En oesters, uiteraard.

 

Hypnotiserende rit

Ongeveer zes kistjes van die laatste worden hier wekelijks geserveerd en verorberd, zegt Boudens. En ze komen van ver. Dat weten we omdat we, voordat we neerstreken bij Bar Bulot, de hele reis zelf hebben ondernomen: achthonderd kilometer van Saint-Just-Luzac, een lijzig dorpje in het Franse departement Charente-Maritime (net onder de neus van Bretagne, aan de Atlantische kust), waar ze al drie generaties lang worden gekweekt door de Franse familie Hervé.

Het was een rit van negen uur in beide richtingen (met een overnachting in het min of meer nabije negorij Etaules), maar we voelden op de twee momenten nauwelijks dat we al uren in de wagen hadden versleten. Het licht hypnotiserende Franse landschap dat zich onderweg aan je ontrolt als een schilderij, met zijn vers gedorste graanvelden, zijn metershoge strobalen, zijn uitgestrekte windmolenparken, heeft daar natuurlijk deel aan. (Maar ook, bij twee verschillende Péage-stations: twéé signalisatievoertuigen aan de kant van de weg die totaal accordeon waren geknald, hoogstwaarschijnlijk het werk van een vrachtwagen die erop was ingereden. Een roadtrip is nooit zonder risico.)

 

Een veel langere weg

Waar de zeeboezem van Biskaje het land raakt, in zompige gebieden die deels werden gewonnen op de zee, begint de reis die de oesters hebben afgelegd tot op het bord in Bar Bulot nog veel vroeger. Ze worden dagvers getransporteerd vanuit Saint-Just-Luzac. Maar het duurt drie tot vier jaar voordat ze, terwijl we even toekijken, een laatste spoelbeurt krijgen, worden gesorteerd, verpakt, en uiteindelijk op weg gezet.

De levensloop van de oesters begint in de vorm van een larve, die aan de kusten wordt gevangen en vervolgens weer wordt uitgezet in oestermanden. Waarin ze dus enkele jaren kunnen groeien totdat ze, in de 80 hectare grote oesterkwekerij, nog enkele maanden liggen ze vervolgens in bassins aan land, waarna ze uiteindelijk in een bad met een constante temperatuur van 13 graden nog een laatste keer worden gespoeld voor verscheping en consumptie.

“Oesters kweken kun je min of meer vergelijken met het verbouwen van wijn”, zegt David Hervé, die vandaag de zaak runt die zijn grootvader in 1939 had opgericht. “De juiste omgevingsfactoren bepalen de smaak en de kwaliteit. Het geheim zit bijvoorbeeld, net als wijn, voor een stuk in de bodem. Die geeft de oesters die worden gekweekt in deze streek een unieke smaak, waardoor ze niet te vergelijken zijn met oesters die op andere plaatsen in Europa worden gekweekt. Maar het heeft vooral de maken met de juiste ratio tussen zilt en zoet water. De oesters worden gekweekt op een plaats waar ze natuurlijk kunnen groeien in zeewater, maar dat krijgt ook een influx van zoet water vanuit twee rivieren, de Seudre en de Charente, die hier op zo’n dertig kilometer van elkaar allebei uitmonden in de zee. Dat zoet water is nodig voor de glycogenen die essentieel zijn voor een licht suikerachtige bijsmaak, die de ziltheid van de oesters wat breekt. Het gebeurt natuurlijk in ratio’s: de ene variant proeft wat zoeter dan de andere.”

 

Tijd en ruimte

Die oestervarianten hebben niets met de genetische oorsprong van het weekdier te maken. Alle oesters die bij David Hervé worden gekweekt, en bij uitbreiding zowat alle oesters die in heel Frankrijk en de rest van Europa worden geteeld, zijn telgen van de Crassostrea Gigas, een oestersoort die eigenlijk afkomstig is van Japan, maar in de jaren 1970 in Europese wateren werd uitgezet en er erg snel zijn thuis van heeft gemaakt. De originele Europese, ‘platte’ oester, de Ostrea Edulis, is door ziektes en overbevissing nauwelijks nog in onze wateren te vinden.

“De verschillen tussen de acht oestervarianten die we aanbieden zitten hem uitsluitend in de kweekmethode die we toepassen”, zegt Hervé. “Belangrijk daarbij is de tijd die ze hebben doorgebracht in onze kweekvijvers, en de ruimte die ze daar hebben gekregen. Hoe meer ruimte, hoe fytoplankton één enkele oester heeft kunnen consumeren. Dat heeft zijn invloed op kwaliteit en smaak. We maken bijvoorbeeld onderscheid tussen oesters die gedurende één maand in de kweekvijver hebben gelegen met 10 per vierkante meter, en oesters die met 5 per vierkante meter voor drie maanden ondergedompeld hebben geleefd. Die laatste zijn dus de specialere variant.”

 

Geen tijd voor tussenstops

Hadden we meer tijd gehad tussendoor, dan hadden we ons ongetwijfeld nog tot een paar tussenstops laten verleiden. De Bretoense kusten bezocht. Steden als Limoges, Poitiers, Brest, Caen of Le Havre binnengereden. Kastelen gekeken in de Loirestreek, of in eentje ervan overnacht, zoals we enkele jaren geleden hebben gedaan met onze geliefde. Gewandeld langs de oorlogsmonumenten van Omaha Beach of Pointe du Hoc. Geflaneerd langs de kades van Cherbourg. Of iets verder de ‘kleine neus’ van Haute Normandie gedwarsd voor het diner, in het bescheiden vissershaventje Barfleur, waar we ooit met diezelfde geliefde vers van de meerpalen geschraapte mosseltjes hebben gegeten. Vanaf Cap Gris-Nez de zon zien ondergaan boven de krijtrotsen van Dover. Hadden we de A13, A28 en A16 genomen, dan had die ons afleidingen bezorgd waarvoor we nog dagen in Frankrijk konden blijven. Maar het moest bij deze rit een beetje vooruitgaan, want Boudens zat op ons te wachten bij Bar Bulot.

 

Van alle seizoenen

“Waarom al deze afstand?”, vraag ik Boudens. Er worden ook oesters gekweekt in oorden die merkelijk dichter bij Brugge liggen dan Saint-Just-Luzac. De Westerschelde, bijvoorbeeld: iets meer dan een uurtje bollen, en je hebt oesters uit het Nederlandse Zeeland. Maar die zijn niet te vergelijken met wat er daarin de Golf van Biskaje te vinden is, bevestigt Boudens de claims van Hervé. “Belangrijk is ook het specifieke soort oester dat we zochten”, zegt Boudens. “We blijven open tot oktober, dat is eigenlijk een stuk buiten het oesterseizoen. We hadden dus een variant nodig die van alle seizoenen is, en die toch een smaak hebben die bij Bar Bulot paste, zoals de Boudeuse-oesters van David Hervé. Die zijn kleiner van stuk, maar hun smaak is ‘gerijpt’ omdat ze relatief lang in de zee hebben gelegen.”

Daar lagen ze goed, zo merkten we toen we in Saint-Just-Luzac het bruggetje over de Charente-rivier overstaken, en we de kweekvijvers eventjes vanuit een bovenaanzicht konden aanschouwen. “Het is een aparte stiel”, zegt David Hervé in een houten cabine die dienstdoet als ersatzbureau wanneer hij de kwekerij bezoekt. “Een die geduld en zorgzaamheid vereist. Maar ik sta er iedere dag met plezier voor op.”

 

(Dit verhaal verscheen eerder als een branded story voor een automerk, op website Navigator Magazine. Dit is de merkloze versie.)

 

Tekst: Ronald Meeus

Foto’s: Raymond Franssen

 

 

No Comments :

Geef een reactie :

* Your email address will not be published.

oktober 2020
M D W D V Z Z
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

* Your email address will not be published.