Fotograaf Franco Zecchin nam de Siciliaanse ‘jaren van lood’ op de lens

Van 1975 tot 1994 legde fotograaf Franco Zecchin de invloed van de maffia op het dagelijkse leven in en rondom de Siciliaanse hoofdstad Palermo vast. Voor een nog tot eind januari lopende expo in het Maastrichtse Fotomuseum aan het Vrijthof dook hij, drie decennia later, terug in die roerige geschiedenis.
Een lijk onder een wit doek, op de koude straatstenen van de Via Conte Federico, een van de smalle straatjes in de zuidelijke buitenwijken van Palermo. Het is het lichaam van de zonet neergekogelde Benedetto Grado, de 78-jarige opzichter van een grote tuinderij net buiten de stad. Een man die banden onderhield met een lokale maffiaclan. Aan de rechterkant zit zijn weduwe, nog in shock, op een stoel die een van de buurtbewoners voor haar was gaan halen. Achter hem zijn twee dochters. De vrouwen waren al in het zwart gekleed omdat ze rouwden om broer en zoon Antonio, die acht maanden eerder al werd gedood door een rivaliserende maffiafamilie.
”Dit is vaak wat er overbleef na zo’n aanslag: een echtgenote en dochters in rouw”, zegt Franco Zecchin, de toen 30-jarige fotograaf die destijds de foto maakte. “Ik maakte deze foto met enige afstand om niet in de weg te lopen van de vrouwen hun leed. Maar het gaf ook ruimte aan de foto: het was heel druk op dat plein, met politieagenten, magistraten, journalisten, andere fotografen, televisie. Het is een theatrale foto, een beeld vol symboliek. Want je bent duidelijk op de plaats van een moord, maar je ziet de man niet echt.”

Deel van het leven
De foto, gemaakt in 1983, werd een icoon. Hij hangt in het MoMa in New York. Kledingmerk Benetton gebruikte hem voor een van zijn shock-advertenties in de vroege jaren 1990. En nu hangt er ook een reusachtige afdruk van in een van drie zaaltjes in het Fotomuseum aan het Vrijthof, tussen 49 andere zwart-witfoto’s die Zecchin selecteerde uit de duizenden die hij tussen 1975 en 1994 in opdracht van de lokale krant L’Ora maakte op Sicilië.
Dat Italiaanse eiland werd tijdens die turbulente periode geconfronteerd met grootschalig maffiageweld. De vandaag 72-jarige Zecchin maakte er rauwe, bloedeerlijke zwart-witfoto’s van, die in essentie helemaal niet over de Cosa Nostra gaan: Life in Sicily, de titel van de expo, mag je heel letterlijk nemen. Het punt dat Zecchin maakt met zijn selectie is dat de maffia, en haar invloed op de burgermaatschappij en overheid door middel van corruptie en geweld, dat dagelijkse leven destijds knap complex maakte. Het was een samenleving vol tegenstellingen. Een van bloed en blijdschap. Dood en plezier. Geweld en schoonheid. Je ziet beelden van doorzeefde maffiosi, rechters en politici. Nog meer huilende echtgenotes. Een kat die verwond geraakte in een bomaanslag waarin een rechter en zijn bodyguards de dood vonden. Begrafenissen, protesten. Maar evengoed spelende kinderen, carnavaloptochten, Paasparades. De alledaagse realiteit van de mensen die in de schaduw van die dreiging probeerden te leven. Want de twee liepen erg in elkaar over.
“Het dagelijkse leven en de criminele kant maakten deel uit van hetzelfde systeem”, zegt Zecchin. “Dat maakte het ook zo boeiend voor een fotojournalist. Kijk, ik ben niet geboren op Sicilië. Ik ben een Milanees van geboorte. Ik verhuisde op mijn 22ste naar Palermo ik daar wilde zijn. Of ik vaak mijn leven heb geriskeerd? Ik weet het niet. Ik heb weleens anonieme brieven gekregen, suggesties dat ik maar beter zou stoppen met mijn werk. Die arriveerden in mijn woning, dus ze wisten waar ik was. Je loopt ook in de kijker met je fototoestel, dus het was een riskante baan. Maar dat kun je per definitie over de journalistiek zeggen.”

Romantisering
Zecchins foto’s weerspiegelen een eiland in crisis en de veerkracht van haar inwoners. Want geloof alstublieft niet het beeld dat entertainmentmedia van de Cosa Nostra hebben gemaakt, zegt hij: de realiteit van de maffia staat ver van de mythes af, ver van de romantiek die kijkers naar films als The Godfather loodste. “Ik wilde de realiteit van de maffia laten zien. Het verhaal dat de maffia zelf rondom haar activiteiten heeft opgebouwd, werd doorheen de jaren versterkt door massamedia. Er is een soort kunstmatige omkering van waarden gekomen. Een logica die de maffia zelf had opgezet om haar macht te kunnen uitoefenen. Via geweld of corruptie. Of dankzij de instemming van bepaalde krachten in de samenleving, die het ook voordelig vonden om zaken te doen met de maffia.”
Sinds 2006 woont en werkt Zecchin in Marseille: ons gesprek vindt in het Frans plaats. Hij bleef ook niet op Sicilië: hij ging nomadische stammen volgen, religieuze feesten fotograferen. Hij maakte geëngageerde foto’s over sociale ongelijkheid en milieuvervuiling. Maar nu keert hij – eventjes – terug naar zijn oude werk. “Je moet begrijpen: achttien jaar is lang”, zegt Zecchin. “Iets waar je zo lang en zo innig mee bezig bent geweest, dat krijgt ook per definitie meer rijkdom en diepte dan iets wat je vijf jaar lang doet, zoals mijn werk over nomadische volkeren. Dit was een unieke periode in mijn leven en carrière. Die opnieuw bezoeken laat ook toe om ernaar te kijken met de afstand van een historisch perspectief: dat liet me deze keer toe om er een narratieve constructie in te leggen. Wanneer ik nu een foto bekijk, zie ik sneller een verbinding met andere. Fotografie is geen object dat op zichzelf bestaat. Het is een relatie: tussen de fotograaf, zijn onderwerp en de kijker.”

Duizend doden
Er loopt geen chronologische lijn door Zecchins vijftig werken die nu in het Fotomuseum aan het Vrijthof hangen. Maar als die er wel was geweest, waren de beelden aan de laatste muren wellicht wat heftiger geweest dan die aan de eerste. Op een gegeven moment, na een reeks aanslagen op rechters en politici, greep de Italiaanse overheid in. Vanaf de jaren 1980 begonnen ook de machtsverhoudingen binnen de maffia te veranderen: de familie Corleone verbrak haar banden met de Cupola, een soort illegaal parlement van clans, en voerde een gewelddadige machtsstrijd tegen andere families.
“Dat alles heeft in die periode minstens duizend doden veroorzaakt”, zegt Zecchin. “Alleen al in Palermo vielen er in ’82 meer dan 100 doden op een jaar tijd. Stilaan begrepen de lokale politici eindelijk dat ze niet verbonden konden blijven met de maffiosi. De Siciliaanse maffia bestaat nog, maar ze zijn teruggekeerd naar hun oude strategie: infiltratie en corruptie. Wanneer er iemand wordt vermoord, zie je het lijk niet meer. Ze gebruiken die afrekeningen niet meer om te communiceren. Want dat is wat het was in die tijd: een zeer wrede, primaire vorm van communicatie. Vandaag zou ik er ook het werk niet meer kunnen gaan doen dat ik er toen deed: alles is meer verborgen.”

“Deze foto werd gebruikt op de cover van Britse tijdschriften, soms met sensationele titels. Zoals deze: ‘De kus van de maffia’. Alsof het om een teken van trouw ging binnen de misdaadfamilie. Dat was volkomen verkeerd. Het was gewoon een traditionele Siciliaanse begroeting, een teken van respect tussen mannen die elkaar kennen. Maar de pers bouwde er een sensationeel verhaal rond, vol clichés.”
“Zodra je een foto publiceert, verlies je de controle. Ik kon enkel vragen dat ze de juiste bijschriften zouden gebruiken, maar niet iedereen hield zich daaraan. Toch voel ik me verantwoordelijk voor hoe een beeld wordt gelezen. Als fotograaf wil ik geen medeplichtige zijn aan manipulatie. Achter elke foto schuilt een ethische keuze. Een eerlijke foto geeft de werkelijkheid niet mooier of dramatischer weer dan ze is, maar je kiest wél een standpunt. Ze probeert iets te begrijpen, niet te veroordelen of te exploiteren. In dat opzicht is elke foto een evenwichtsoefening tussen nabijheid en afstand. In die ‘kus’-foto bijvoorbeeld zit intimiteit, maar ook respect, geen sensatie.”
“Een foto is geen ding dat alleen maar op zichzelf bestaat. Zo’n foto ontstaat altijd uit een relatie: tussen de fotograaf en het onderwerp, en daarna tussen het beeld en de toeschouwer. Elke blik herschept de betekenis. Wanneer ik vandaag naar mijn oude werk kijk, zie ik het in een andere context. Ik construeer er een verhaal rond, en dat verhaal verandert hoe je het beeld ervaart. Fotografie leeft van die voortdurende actualisering. Het is een vorm van communicatie. De fotograaf neemt niet enkel iets af, hij geeft ook iets terug. Een interpretatie. En de kijker vult die opnieuw in. Zo blijft een beeld in beweging, ook decennia later.”
“Het is eigenlijk een vorm van theater. In iedere sociale situatie speelt iedereen een rol – ook de fotograaf. Fotografie is een handeling in ruimte en tijd: je kiest wat je uitsluit en wat je behoudt. Wat buiten het kader valt, bepaalt vaak evenveel als wat erin staat. Een foto is dus niet de werkelijkheid zelf, maar een geconcentreerde vorm ervan, een mise-en-scène van het echte.”
“De fotograaf beslist wat wordt getoond en wat wordt genegeerd. Het is een macht die je voorzichtig moet gebruiken. Een beeld kan mensen waardigheid geven, maar ook afnemen. In mijn werk probeer ik altijd dat evenwicht te bewaren – tussen betrokkenheid en respect, tussen getuigenis en interpretatie.”
“Zelfs al zijn de beelden veertig jaar oud, ze spreken vandaag anders. We zien ze nu door de lens van onze tijd – met de kennis van de latere geschiedenis, met andere vragen over macht, media, fake news. Elke generatie leest die foto’s opnieuw. Dat is ook de kracht van fotografie: ze blijft betekenis produceren.”
(Een kortere versie van dit verhaal verscheen eerder in dagblad De Limburger.)



No Comments :