Is er nog een COBOL-programmeur in de zaal?

Al meer dan 65 jaar lang steunen de meest bedrijfskritieke computersystemen op de robuuste maar archaïsche programmeertaal COBOL. Programmeurs die hem kennen, verlaten inmiddels en masse de arbeidsmarkt. Kunnen jonge ICT’ers nog warm worden gemaakt voor dat stoffige codeerplatform? Of neemt AI het stokje over, en wordt een geavanceerde vorm van vibecoding de toekomst?
(Een ingekorte versie van dit verhaal verscheen in de Data News-sectie van zakenmagazine Trends en de Tech Deep Dive-nieuwsbrief van technieuwsplatform Data News.)
000100 OUDER DAN DE BEATLES.
Of men oudere programmeurs nog wel warm zal kunnen krijgen om een nieuwe programmeertaal te leren? Vincent Gielen, informaticastudent aan de Hogeschool Gent weet het ook niet goed wanneer hij zijn thesis verdedigt. Maar die laatste – over het moderniseren van oude toepassingen op monolithische mainframecomputers naar de modernere codeertaal Python – past volgens decaan Chantal Teerlinck in een breder plaatje voor hun specialisatieopleiding Mainframe Specialist. “Iedereen, ook de bedrijven waar onze studenten een paar weken work-based learning en stage hebben doorlopen, lijkt vandaag bezig met het moderniseren van mainframesystemen. Die dikwijls op programmeertalen draaien die al zestig jaar onder ons zijn.”
Een van de belangrijkste daarvan is COBOL, dat ook weleens het ‘Latijn der programmeertalen’ wordt genoemd. Die Common Business-Oriented Language is ontworpen in 1959. De taal is dus ouder dan de computermuis, Microsoft, Apple, het internet. Ouder dan de Beatles, de Rolling Stones, het cassettebandje, de Barbiepop, de bemande ruimtevaart. Maar toch blijft hij vandaag nog overeind als de meest gebruikte computertaal op de wereld.
000200 LINGUA FRANCA.
Tussen 775 en 850 miljard regels programmeercode zijn vandaag nog altijd in dat oude codeerplatform geschreven. Het stuurt ongemeen krachtige maar logge computersystemen aan, voor taken die geen foutenmarge dulden en veel rekenracht gebruiken. Zoals financiële transacties, logistieke stromen of ticketing. Wereldwijd passeert er dagelijks voor zo’n 2,60 biljoen euro aan handel door COBOL-systemen. Ze verwerken 3 miljoen transacties per seconde, zo’n vijftien tot dertig keer het aantal Google-zoekopdrachten die wereldwijd iedere seconde worden ingetikt. En dat met een uptime van 99,9999999 procent (de zeven negens na de komma zijn intentioneel): systemen op COBOL moeten onverwoestbaar zijn.
Daarom zit COBOL nog altijd diep in de systemen van grootbanken, overheidsdiensten en andere grote organisaties. Hun front-end draait inmiddels op veel modernere technologie, maar diep van binnen zit vaak nog een mainframe die stokoude toepassingen draait in die digitale lingua franca. In België geldt dat onder meer voor grootbanken, financiële dienstverleners, overheidscenakels, luchtvaartmaatschappijen of bedrijven met een complexe logistiek.
“Onderdelen van COBOL stammen uit de jaren 60-70 en zijn al die tijd verder fijngeslepen”, zegt Bobby Tjassens Keiser, systeemprogrammeur voor de Nederlandse bankengroep Rabobank. “Het systeem is zo robuust als het maar kan zijn. Het is redundante code: alles in COBOL wordt driedubbel uitgevoerd. Daardoor is het uitstekend voor zogeheten systems of record: één centraal punt is je enige echte bron van de waarheid. Wat is iemand zijn banksaldo? Zijn adres? Er is geen ruimte voor interpretatie.”
000300 DIGITAAL ASBEST.
In het Amerikaans technologieblad Wired kreeg COBOL onlangs ook een wat minder lieflijke naam mee: ‘digitaal asbest’. Want stokoud en inderdaad ooit onmisbaar, maar ondertussen vooral ontzettend moeilijk – en zelfs gevaarlijk – om te verwijderen. Het voornaamste probleem vandaag is menselijk kapitaal: ooit was er een massale pool van COBOL-programmeurs, maar die zijn vandaag in een even grote stroom de arbeidsmarkt aan het verlaten.
De gemiddelde leeftijd van een COBOL-programmeur is vandaag de zestig voorbij: veel menselijk kapitaal dat dus richting het pensioen racet. Daar staat weinig instroom tegenover. Volgens een recente studie van softwarereus OpenText heeft 60 procent van alle organisaties die COBOL gebruiken moeite met het vinden van gekwalificeerde ontwikkelaars. Liefst 46 procent van de in die studie bevraagde IT-professionals geeft aan dat het tekort nu al begint te wegen op hun dagelijkse praktijk.
En een nieuwe generatie blijft goeddeels uit. Dat komt omdat hogere onderwijsinstellingen over de hele wereld al sinds de jaren 1990 hun opleidingsaanbod voor COBOL en aanverwante mainframetoepassingen hebben afgebouwd. Binnenkort niet meer nodig, zo luidde het, want gedistribueerde serversystemen en de cloud zouden al die taken gaan overnemen. Alleen: dat gebeurde niet. Mainframes bleken onvervangbaar solide.
Gelukkig is er dus nog die bacheloropleiding Mainframe Specialist bij HoGent, een van de enige hogere opleidingsinstituten in Europa waar het nog wordt onderwezen. Met COBOL als een van de vakken en vaardigheden waarmee afgestudeerden na hun drie jaar durende opleiding (het mainframeverhaal is een specialisatie in het laatste jaar) naar de arbeidsmarkt stappen. Het zijn er jaarlijks vijfentwintig, en ze hebben meteen werk: grote spelers uit de sector komen rekruteren op de schoolbanken.
“We hebben sinds dit jaar een stop op inschrijvingen moeten instellen”, zegt Thomas Desmedt, opleidingshoofd digitale innovatie bij HoGent. “Het is een zeer aantrekkelijke opleiding. Ze geeft werkzekerheid, en programmeren voor mainframes is in deze tijden opnieuw iets unieks; daar zijn informatici in spe doorgaans graag mee bezig. We maken studenten wel duidelijk dat het werk dat ze moeten leveren enige gravitas heeft. Ze moeten een begrip van consequentie hebben. COBOL programmeren heeft grote impact, je bent met bedrijfskritieke toepassingen bezig.”

000400 COBOL-CASE #1 / COLRUYT.
Onder meer om zijn cruciale prijszettingssysteem en zijn hyperefficiënte logistieke keten aan te sturen, heeft de Belgische retailgroep Colruyt mainframecomputers in het hart van zijn systeem die – naast Java en .Net – op de modernere COBOL-variant PL/I draaien.
Voor de minder onderscheidende functionaliteiten in zijn IT-systeem werkt Colruyt met pakketten als SAP of ServiceNow. Maar wanneer er bedrijfszekerheid in het spel is, blijven ze in Halle zweren bij klassieke mainframetoepassingen. Die laten de retailer toe om onder meer de optimale herbevoorrading van zijn meer dan duizend Colruyt-, Okay-, Bio-Planet- en Spar-winkels te berekenen.
Een flink deel van die software is intern ontwikkeld. Colruyt heeft vandaag een honderdtal software- en systeemingenieurs met PL/I -kennis in België en India zitten. Die hebben een gemiddelde anciënniteit van tien jaar, dus het zijn niet noodzakelijk oudere IT’ers. Er zijn in-house-opleidingen om jongere programmeurs op te leiden in die stokoude code, zegt het bedrijf. Bovendien hebben ze geïnvesteerd in tools om de historisch schrale ontwikkelaarsomgeving wat aantrekkelijker te maken.
“We weten dat mainframe-technologie steeds meer een niche wordt en het marktaanbod aan profielen beperkt is, maar we voorzien op korte of middellange termijn geen tekort aan ontwikkelaars voor onze mainframe-toepassingen”, bezweert Marc Claes, division manager Colruyt Group IT. “Intussen onderzoeken we ook hoe generatieve AI ons kan helpen bij het re-engineeren van bestaande code, of hoe we ontwikkelaars kunnen versterken met AI-tools.”

000500 GEWOON VIBECODEN.
COBOL is niet bijzonder moeilijk te leren. Toen de taal werd uitgedacht door admiraal Grace Murray Hopper, een van de pioniers in de computerwetenschappen, wilde die vooral een programmeertaal maken die een hoge verwantschap had met het Engels. Die relatief eenvoudige syntax maakt de programmeertaal vandaag ook ideaal om – wat oneerbiedig gesteld – te vibecoden met kunstmatige intelligentie.
Met de komst van specifieke large language models (LLM’s) die kunnen programmeren, zoals Claude Code, is die AI-redding al onderweg. Bedrijven die nog systemen leveren op COBOL, zoals IBM en Fujitsu, integreren zelf al artificiële intelligentie in hun diensten.
Al zal het nog wel eventjes duren voordat de echte AI-artillerie wordt binnengerold. COBOL-applicaties zijn over decennia heen gebouwd, vaak door honderden verschillende ontwikkelaars, met lagen code die diep met elkaar verweven zijn. Brokken code springen kriskras naar elkaar over via het onder programmeurs zo gevreesde GOTO-commando. Het omzetten van deze systemen naar een moderne programmeertaal (Java doemt daarbij het vaakst op) is niet alleen een commando-naar-commando-vertaaloefening: het vereist onder meer begrip van de wat onhandige structuur van COBOL-software.
Bijkomend probleem: er is nauwelijks documentatie voorhanden over oude COBOL-programma’s. Net door die hoge verwantschap met het Engels werd de taal decennialang als ‘zelfdocumenterend’ beschouwd. Maar daardoor zit alle kennis erover letterlijk in het hoofd van diegenen die de toepassingen hebben geprogrammeerd. En die verdwijnen dus stilaan van de arbeidsmarkt.
HoGent-mainframedocent Leendert Blondeel ziet het niet meteen gebeuren dat AI al dat priegelwerk van een menselijke programmeur zal overnemen. “Je moet namelijk ook die structuur snappen waarin COBOL-toepassingen draaien. AI-tools kunnen helpen zoeken door duizenden lijnen code. Maar je moet wel nog altijd de taal begrijpen.”
Een aantal recente experimenten door Smals, de ICT-dienstverlener van onze overheden, toont echter dat dat in een iets verdere toekomst weleens anders zou kunnen liggen. Onderzoekers van hun studiecel zijn al eventjes bezig aan probeersels om zogeheten legacy code met behulp van kunstmatige intelligentie te moderniseren. Daar zaten onder meer inspanningen tussen om bij een heel groot, oud COBOL-systeem met honderden kleinere programma’s alle dependenciesin kaart te brengen: die zonet genoemde onderlinge afhankelijkheden van losse brokken code.
Volgens Koen Vanderkimpen, onderzoeker bij Smals Research, is de kans niet gering dat AI op middellange termijn alle moeilijkheden rondom het bewerken van COBOL-code – van die diffuse structuur tot het gebrek aan documentatie – zal kunnen opvangen, én LLM-technologie snel in staat zal zijn om alles in die archaïsche code te herprogrammeren naar een andere programmeertaal.
“Het probleem van de ontbrekende documentatie hebben we bijvoorbeeld proberen op te lossen door middel van een chatbot die voor je zoekt in de codebase”, zegt hij. “De informatie waaruit die zijn antwoorden puurt, komt onder meer uit de kennis van een COBOL-programmeur die op pensioen ging. Voor diens vertrek heeft hij nog een groot aantal uren video opgenomen met uitleg van hoe het systeem werkte. Van die video’s hebben we eerst AI-transcripts gemaakt, en met die transcriptie trainden we vervolgens de chatbot. Je kunt AI dus in de broncode op zoek doen gaan naar de bedrijfslogica die door het programma wordt uitgevoerd. Wat momenteel nog te ambitieus is, is een groot COBOL-systeem via AI in een nieuwe architectuur gieten. Maar de broncode zelf vertalen naar werkende code in nieuwe programmeertaal, dat gaat al prima. Het is nu kijken naar hoe we dat kunnen opschalen en industrialiseren.”

000600 COBOL-CASE #2: RVA.
Bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening is die AI-vertaalslag al schoorvoetend begonnen. “We hadden onlangs een stagiair, een ontwikkelaar, met niet de minste notie van COBOL”, zegt CIO Geert Dewaersegger. “We wilden ons mainframesysteem koppelen aan ons nieuw Identity and Access management platform, een marktoplossing, en vroegen hem om daar eens naar te kijken. Die heeft gewoon met behulp van AI een koppelcode geproduceerd. Zonder de syntax te kennen, maar wel door de juiste sturing te geven aan AI. Vroeger was een programmeertaal het exclusieve gebied van de ontwikkelaar die hem kende. Maar ik voel dat dat minder en minder pertinent wordt. Mijn inschatting is dat we niet meer noodzakelijk topontwikkelaars met jaren COBOL-ervaring nodig hebben. Het wordt eerder: conceptueel denken. De problematiek die je wilt oplossen op de juiste manier formuleren. En dan AI als hulpmiddel gebruiken om te verstaan hoe het systeem in elkaar zit.”
Momenteel heeft de RVA een team van tien ‘Cobollisten’, zoals Dewaersegger ze noemt. “Ik zie dat de bestaande systemen voldoende robuust zijn en dat ik momenteel nog wel kennis ervoor kan binnenhalen. Tegelijkertijd zie ik dat we meer en meer ons COBOL-platform aan het integreren zijn met onze Java-toepassingen. Het aandeel COBOL-code in ons systeem daalt dus wel stelselmatig. Maar ik heb daar geen haast mee. Wanneer we moderniseren, gaat dat ook hand in hand met business process engineering, waarbij we ons bedrijfsproces opnieuw uitdenken.”
000700 OUDE ROTTEN.
Ondertussen gaat de race naar het pensioen wel gewoon verder. Op termijn zal dat hier en daar nog altijd problemen geven, zegt Rabobank-systeemprogrammeur Keiser. “Op een gegeven moment voorspelde men dat mainframe ten dode was opgeschreven. Maar je ziet duidelijk dat bedrijven op verschillende manieren omgegaan zijn met die voorspelling. De verstandige hebben hun blik op de toekomst gehouden, en zijn mensen blijven aannemen zodat ze een gezonde spreiding qua leeftijd en expertise bleven hebben. De andere zitten vandaag met de gebakken peren. Het is ook niet zo makkelijk om aan te vullen: een mainframecarrière bouw je in decennia tijd op. Wanneer zo’n ouwe rot vertrekt, gaat er dertig tot veertig jaar ervaring buiten. Daar zet je niet gewoon een jongeling tegenover: het duurt decennia om echt goed met dat soort systemen te leren omgaan.”
000800 JONGE HONDEN.
Na hun thesisverdediging vertellen een aantal bijna-alumni Mainframe Specialist wat COBOL, een programmeertaal die eerst werd geleerd door de generatie van hun grootouders, voor hen betekent.
“Ik vroeg me in het begin van de opleiding al af: waarom zijn er zo weinig die dit doen?’, zegt student Vincent Gielen na zijn thesisverdediging. ‘Want er zijn nog zoveel bedrijven die ons nodig lijken hebben.”
Een van zijn medestudenten: “Mijn logica was ook: een niche levert altijd meer werkzekerheid op.”
“Het blijft ook evolueren”, zegt een derde. “Op mijn stage waren we API’s aan het maken op de COBOL-code. Het is een oude taal, maar er zit nog een hoop beweging in. Flashy is dat allemaal misschien niet, maar er wordt veel gemoderniseerd. Aan de programmeeromgeving bijvoorbeeld. Dat is ook misschien iets waar onze lichting nog wat aan kan toevoegen.”
Student vier: “Overal waar we stage liepen waren ze bovendien bezig met modernisering. Er zijn 1001 voorbeelden van hoe ze aan het proberen zijn om het een beetje mooier en toegankelijk te maken.”
Kunstmatige intelligentie mag nog even op zich laten wachten: de jonge cavalerie is in aantocht. En ze is er even hard door gebeten als de routiniers. “Op mainframes werken geeft een vonk”, weet ook Keiser. “Het is een microbe.”



No Comments :